Hannie Kraan kreeg een vrouw van ongeveer 45 jaar in coaching. Zij vindt het lastig om haar coachingvraag te formuleren.

De vrouw vertelt dat ze nu 9 jaar werkt als psychiatrisch verpleegkundige. Negen jaar geleden werd ze van de ene op de andere dag kostwinner en ze zegt dat toen “als een wonder” deze baan kreeg. Als A verpleegkundige had ze niet gedacht deze functie te mogen invullen.

Ze voelt zich al 9 jaar niet competent genoeg voor deze baan. Ze vindt dat ze slecht omgaat met de grilligheid van patiënten. Ze komt te weinig toe aan het creëren van een therapeutisch leefklimaat omdat ze zich te veel en te vaak bedreigd voelt. Ze handelt dan vooral vanuit het haar eigen belang om zich zo veilig mogelijk te voelen.

Hannie is met haar aan de slag gegaan via de verschillende niveaus van persoonlijk functioneren. Deze niveaus zin ontleend aan Hannah Nathans (zie haar boek: Adviseren als tweede beroep, 1991) en zijn van binnen naar buiten het zelf, de persoonlijkheid, de overtuigingen, de vaardigheden en het gedrag. Dit alles binnen het gegeven van een situatie.

Deze niveaus verlopen dus van het meest eigenlijke deel van ons zelf naar het meest uiterlijke gedrag. Hoe dieper de laag, des te moeilijker verandering kan zijn. Van binnen naar buiten wordt verandering steeds gemakkelijker, maar ook steeds oppervlakkiger. Gedrag veranderen is als een jas die men aan en uit kan trekken. De diepere lagen beschouwen we meer als onvervreemdbare onderdelen van onze persoon.

Aanschouwelijk werken
De niveaus zijn voor coachees vaak wat abstract. Daarom gebruikt Hannie een vijftal flaps die zij op de grond legt.
Op de eerste flap staat IK BESTA; hier horen de vragen zingeving en geloofsbeleving bij.
Op de tweede flap staat IK BEN; hier passen vragen naar persoonlijkheidskenmerken. Ook probeer je hier de valkuilen van iemand te vertalen naar de bovenliggende kwaliteiten.
Op de volgende flap staat IK VIND; hier werk je met vragen naar overtuigingen en zoek je naar krachtgevende overtuigingen. Gebruik je deze oefening in het kader van terugval preventie dan kun je juist aandacht geven aan belemmerende overtuigingen.
Op de vierde flap staat IK KEN/KAN; hier gaat het om vragen rond kennis en vaardigheden.
Op de laatste flap staat IK DOE; hier gaat het om het zichtbare, concrete gedrag.
Hannie legt de klant uit dat IK BESTA onveranderbaar is, het is haar identiteit en die staat niet ter discussie. IK DOE is wel makkelijk veranderbaar. Hoe consistenter de lijn loopt van IK BESTA tot IK DOE, hoe meer iemand zichzelf kan zijn. Wanneer er veel by-passes gemaakt moeten worden kost dat veel energie en voelt het uiteindelijke gedrag vervreemdend.

De vrouw gaat op de verschillende flaps staan en samen onderzoeken ze wat daar speelt:

Gedrag
Als coach en coachee starten we ons onderzoek met de vraag of het gedrag van de coachee past bij haar situatie. De conclusie is dat het professionele gedrag van mevrouw niet “matcht” met de situaties waarin ze vaak haar werk doet.

Vaardigheden
Om haar gedrag aan te kunnen passen volgde deze mevrouw al eerder cursussen en opleidingen. Theoretisch zou ze dus in staat moeten zijn om haar gedrag te veranderen.

Overtuigingen
Desgevraagd verteld de coachee dat ze zich al langer psychisch gevangen voelt. Ze was overtuigd dat nu opgeven betekende dat ze zou falen. Ze heeft daarom vorig jaar supervisie aangevraagd en gekregen.
De uitkomst van de supervisie was: als ik nu een andere keus voor werk maak betekent dat niet dat mijn keus van 9 jaar gelden verkeerd was.

Persoonlijkheid
De vrouw denkt zelf dat haar persoonlijkheid en met name haar kernkwaliteiten, haar in de weg staan om een nieuwe stap te zetten.
We onderzoeken haar kernkwaliteiten en dan blijkt dat de coachee, door de werkdruk die ze ervaart, het gevoel heeft dat ze wordt gestuurd door haar valkuilen zich wegcijferen en zich schuldig voelen. Ze (h)erkent wel haar daar bij passende kwaliteiten van zich dienstbaar opstellen respectievelijk verantwoordelijkheid nemen.

Zelf
Op het diepste niveau van haar functioneren ervaart de coachee vanuit haar christelijke levensovertuiging dat God een plan met haar heeft.
Toen ze een inkomen moest verdienen kreeg ze ”als een wonder” deze baan . Ze had zo vaak en intens gebeden om Gods hulp en kreeg toen dit aangeboden. Als coach helpt Hannie de vrouw haar zelfonderzoek in te richten en helpt ze bij het verzamelen, sorteren en analyseren van haar eigen antwoorden.
Omdat ze zich op haar diepste niveau van functioneren verbonden weet met God besluit de vrouw te wachten en te bidden ze tot ze opnieuw een teken krijgt. Als ze merkt dat God het zo bedoeld heeft dat ze deze baan blijft houden zal ze daar opnieuw voor kiezen en de uitdaging  aangaan. Als ze merkt dat ze ook voor iets anders mag kiezen zal ze zich daar mee bezig gaan houden. Als ze haar keuze heeft gemaakt zullen haar kwaliteiten, haar overtuigingen en haar vaardigheden helpen om de keuze in praktijk te brengen.

Deze vrouw vond het heel bijzonder dat haar functioneren op haar diepste niveau ook  bij dit onderzoek werd betrokken. Als we dat niet hadden gedaan had de eindconclusie wel eens kunnen zijn dat ze zich zou gaan richten op de uitdagingen die haar kernkwadranten opleverden zodat ze niet weer in haar valkuilen zou terechtkomen. Ze zou bijvoorbeeld haar assertiviteit kunnen proberen te vergroten teneinde de valkuil van het zich wegcijferen te vermijden. Of ze zou proberen meer te relativeren teneinde zich minder schuldig te voelen. Wel een heel andere uitkomst dan die waar ze nu op uitkomt: Bidden en zoeken naar aanwijzingen van God gericht. Ze geeft aan dat dit gesprek haar rust en ruimte geeft om haar weg via gebed verder te zoeken.

Reacties

Wat is uw mening? Laat het ons weten.