Artikel naar aanleiding van de bijeenkomst op 23 september 2009 met Arnold Stijf als inleider

Door omstandigheden is er geen direct verslag van deze bijeenkomst beschikbaar. In onderstaand artikel is gebruik gemaakt van informatie die is aangereikt door Arnold Stijf in zijn lezing, aangevuld met bevindingen en kennis van diverse bestuursleden van de VCC (Jeanette Hogenbirk, Anne Pals, Carine Coehoorn)

Soms hoopt het werk zich op bij een klant op en dreigt stress. Verbazingwekkend is hoe verschillend mensen daarmee omgaan. De één bekijkt het probleem rustig vanuit een rationele benadering, zet alles op een rij en gaat doelgericht en met vertrouwen aan het werk om het op te lossen. De ander deelt het probleem snel met anderen, zoekt troost en hulp en pakt het probleem met hulp van een ander aan. Weer een ander steekt echter zijn kop in het zand door te vluchten in het zoeken van afleiding of leuke gedachten toe te laten die wel rust brengen, maar het probleem niet aanpakken. Deze drie manieren van omgaan met hetzelfde probleem zijn verschillende coping stijlen die mensen gebruiken om een probleem te lijf gaan.

Wat is coping?
Coping wordt gedefinieerd als een poging van een individu om bepaalde voor hem of haar belastende situaties die gekenmerkt worden door pijn, bedreiging of uitdaging de baas te worden. Die aanpassing aan de situatie kan gedragsmatig, cognitief of emotioneel van aard zijn, of een combinatie daarvan.
Er zijn vele factoren te noemen die een rol spelen bij het ontstaan van stress bij een gebeurtenis. Belangrijke factor hierbij is de wijze van waarneming, interpretatie en reactie van het individu. Deze zijn zeer persoonsgebonden. Een bepaalde gebeurtenis wordt door een persoon geïnterpreteerd en geëvalueerd. De beoordeling van de gebeurtenis bepaalt of het stressvol was of niet. Iedere emotionele beoordeling gaat gepaard met bio-fysiologische veranderingen.
Na de beoordeling van een probleem volgt de reactie, de coping.
Coping is in de eerste plaats een proces. Het bestaat uit vele afzonderlijke componenten, die afhankelijk van nieuwe omstandigheden en ervaring steeds veranderen. Het lijkt daardoor complex. Het goede nieuws is echter dat er daardoor ook, met enige creativiteit, veel aanknopingspunten te vinden zijn om de coping te verbeteren.

Soorten copinggedrag
Copingedrag wordt in de literatuur onderverdeeld in verschillende categorieën (oa Utrechtse Coping lijst P.J.G. Scheurs e.a. 1993):
1.    Gedrag dat gericht is op het veranderen van of aanpassen aan de probleemsituatie: confrontatie, uit de weg gaan, oplossingsgerichte acties
2.    Gedrag dat gericht is op het aanpassen van de perceptie van de probleemsituatie: optimisme, aanvaarding, berusting, pessimisme, catastroferen
3.    Gedrag dat gericht is op het verminderen van spanning door de probleemsituatie: afleiding zoals roken, drinken, snoepen, iets leuks gaan doen, shoppen
4.    Gedrag dat gericht is op het uiten van emoties en zoeken van sociale steun: huilen, klagen bij andere mensen
De meeste van deze copingvormen komen tegelijkertijd voor in wisselende verhoudingen. Ze zijn soms moeilijk van elkaar te onderscheiden. Bovendien beïnvloeden de verschillende copingvormen elkaar,  net als wijzigingen in de situatie beïnvloeden en de perceptie.

Meten van copinggedrag
Er bestaan verschillende vragenlijsten om copinggedrag te meten, zoals de Vragenlijst Aangaande Coping met Specifieke Situaties of Symptomen (VACSS) en de Ways of Coping Checklist (WVS, Lazarus en Folkman) en de Utrechtse Coping lijst (UCL, P.J.G. Scheurs e.a. 1993). Deze lijsten maken gebruik van zelfbeschrijving door de cliënt aan de hand van zeven schalen die de verschillende categorieën van copinggedrag meer concreet beschrijven.
Op basis van de genoemde drie copinglijsten (UCL, VACSS en WCC) heeft de afdeling psychodiagnostiek van de KU Leuven een gevalideerde copingvragenlijst gemaakt (LCL) waarin de schalen worden beschreven:
1.    Sociaal reageren: steun zoeken en emoties uiten, je zorgen met iemand delen, andere mensen je gevoelens tonen
2.    Niets doen: afwachten, de situatie aanvaarden, het probleem vermijden, de zaak op zijn beloop laten, zich erbij neer leggen
3.    Afleiding zoeken: nieuwe activiteiten zoeken om niet aan het probleem te hoeven denken en afleiding zoeken om de spanning te doorbreken
4.    Positief denken: de zaak van de zonnige kant bekijken en zich gerust stellen dat het wel mee zal vallen, de zaak met humor benaderen, de situatie zien als een bron van persoonlijke groei
5.    Wensdromen en cognitief reageren: hopen dat het in de toekomst beter gaat en dat alles goed komt, zichzelf moed inspreken
6.    Destructief reageren en het uiten van kwaadheid: zin om alles stuk te slaan en dat niet doen, daadwerkelijk agressief worden. De agressie kan naar binnen gericht worden (zichzelf de schuld geven) of naar buiten (anderen aansprakelijk stellen)
7.    Gericht reageren: het probleem stap voor stap aanpakken, informatie zoeken bij anderen
Een dergelijke vragenlijst kan je als coach helpen om gericht met je cliënt te kijken naar hoe hij of zij de probleemsituatie aanpakt, zoals bijvoorbeeld een conflict, een reorganisatie, een loopbaanvraag.

De effectiviteit van coping is situatieafhankelijk
Coping als probleemoplossend gedrag heeft een bepaalde effect. Het resultaat kan wel of niet effectief zijn. Door het effect, dat een bepaald probleem-oplossend gedrag heeft,  kan beoordeeld worden of het een adequate of een inadequate vorm van coping betreft.
Bij effectief copinggedrag zal men gezondheidsklachten beter kunnen voorkomen, het welzijn in stand houden of bevorderen. In  sociaal opzicht voelt men zich prettig en de zelfwaardering wordt versterkt. Hierdoor is het voor ons als coaches interessant te weten welk copinggedrag effectief is of niet. Aangezien de effectiviteit van coping mede bepaald wordt door de situatie, (de duur, de context, de personen enz.) is het niet mogelijk om van te voren een absolute norm te stellen voor effectieve copingstijlen. Met andere woorden: adequate coping is situatie-afhankelijk. Mensen met een flexibel copinggedrag zullen daarom tegen meer situaties opgewassen zijn dan mensen met een beperkt arsenaal. Als coach kun je mensen helpen hun copingvaardigheden uit te breiden.

De effectiviteit van copinggedrag is alleen te meten binnen een bepaalde context. Coping strategieën die op het ene moment succesvol zijn, kunnen op het andere moment niet succesvol blijken te zijn. In de gebeurtenissen zijn te veel variabelen die van invloed zoals: de duur van de gebeurtenis, de plaats, de tijd, frequentie, intensiteit, voorspelbaarheid en controleerbaarheid  van het moment enz. Ook de duur van het effect is niet voorspelbaar. Een goede coping strategie kan op korte termijn een probleemoplossend zijn terwijl deze op langere termijn niet effectief  kan zijn.
Als coach kun je met je cliënt in kaart brengen wat de effecten van de huidige copingstrategie van je cliënt zijn, zowel op de korte als op de langere termijn. Ook kun je bekijken of er ongewenste neveneffecten zijn. Dit kan mensen motiveren andere copingstrategieën uit te proberen die voor henzelf meer opleveren.

Coping als persoonlijkheidskenmerk
De individuele kenmerkende benaderingswijze van een persoon bij verschillende probleemsituaties wordt vaak iemands copingstijl genoemd. De copingstijl wordt gevormd door ervaring, persoonlijkheidskenmerken en gedragstijlen. Een copingstijl is dus een individuele voorkeur voor bepaalde combinaties van copingvormen in verschillende situaties.
Er is bijvoorbeeld een relatie te leggen tussen coping en personen met psychosomatische stoornissen. In een vergelijkend onderzoek met mensen die geen enkele psychosomatische aandoening hadden scoorden mensen met psychosomatische klachten significant hoger op de schalen: afleiding zoeken, niet doen, sociale steun zoeken en expressie van emoties.
Wanneer je als coach iemand probeert te helpen zijn copinggedrag te verbreden, kun je dus proberen aansluiting te zoeken bij zijn of haar persoonlijkheidskenmerken, om zo een voorzichtige weg te bewandelen van vertrouwd naar een ombekende maar meer effectieve strategie. Iemand die bij voorkeur niets doet of afleiding zoekt, is het moeilijk in één keer een actieve copingstijl aan te leren. Positief leren en denken en sociaal leren reageren kunnen dan goede tussenstappen zijn.

Religieuze coping
Religieuze coping betekent dat mensen bij hun wijze van waarneming, interpretatie en reactie hun geloof betrekken. Dit gebeurt niet eenduidig, net zomin als bij niet-religieuze coping. Wel zijn bepaalde interpretaties meer voorkomend dan andere. Hieronder een voorzichtige opsomming, die beslist niet de pretentie heeft volledig te zijn.
1.    Sociaal reageren: steun zoeken en emoties uiten bij geloofsgenoten; soms: menen dat anderen (niet gelovigen) het niet kunnen begrijpen; soms: samen bidden, voor je laten bidden
2.    Niets doen: berusting, ‘de mens wikt, God beschikt’
3.    Afleiding zoeken: afleiding zoeken in kerkelijke activiteiten; Bijbel lezen; soms: bedevaart doen
4.    Positief denken: geloven dat God het beste met je voor heeft, dat Hij je door de situatie leidt, ‘God zet mij niet in deze situatie om mij op mijn bek te laten gaan’; soms: bidden
5.    Wensdromen en cognitief reageren: kaarsjes branden; het perspectief van de Hemel dat aan het einde van je leven wenkt, wat de ontberingen ook waren; troostende Bijbelteksten lezen; soms: gebeden zeggen
6.    Destructief reageren en het uiten van kwaadheid: sterk schuldgevoel: ‘ik heb gezondigd en nu straft God mij’; geloof in God verliezen: ‘in een God die dit allemaal laat gebeuren kan ik niet geloven’
7.    Gericht reageren: je door God gegeven talenten en andere middelen gebruiken om het probleem stap voor stap aan te pakken; intuïtie gebruiken als handreiking van God

Ook hier geldt dat sommige coping strategieën niet of minder effectief zijn, waardoor het lijkt dat mensen misleid worden door het geloof. Je rol als coach is om de kracht en troost die mensen ontlenen aan het geloof juist in te zetten om effectieve copingstijlen te durven ontwikkelen. Het feit dat deze ook begrepen kunnen worden vanuit het geloof vormt vaak de motivatiebron om een andere copingstijl te durven uitproberen.

Gebruikte literatuur
•    Vertomme, H., P Bijttebierem en W. Franquet, 1990, Categoriseren van Copingstrategieën: naar een nieuwe, Nederlandstalige coping vragenlijst, Tijdschrift Klinische Psychologie, 26e jaargang nr 1, Maart 1990
•    P.J.G. Scheurs, G. van de Willige, J.F. Brosschot, B. Telligen en G.H.M. Graus, 1993, De Utrechtse Copinglijst UCL, Omgaan met problemen en gebeurtenissen, Swets en Zeitlinger BV, Lisse
•    Bindels, Paul, 2002, Coping Profiel: hoe reageer ik?, IPT reader

Over Arnold Stijf
De inleider, drs. Arnolt Stijf is predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland en geeft les aan de Christelijke Hogeschool te Ede. Hij is in het pastoraat afgestudeerd over copingstijlen en de doorwerking hiervan in het pastoraat. Momenteel geeft hij hierin o.a. les en heeft allerlei begeleiding- en coachingtaken binnen

Interessant? Deel het met anderen:
  • Digg
  • del.icio.us
  • Technorati
  • StumbleUpon
  • eKudos
  • NuJIJ
  • Symbaloo
  • Live
  • TwitThis
  • LinkedIn
  • email
  • Print

Reacties

2 reacties to “Copingstijlen en coaching”

  1. Cees de Ruiter on februari 17th, 2010 21:43

    Beste Arnold Stijf,

    bovenstaande artikel vind ik een interessant gedeelte overr copingstijlen. met name spreekt ‘de effectiviteit van coping is situatieafhankelijk’ me aan. Dit omdat ik momenteel een master thesis schrijf over coping/afleiding die mensen met chronisch aspecifieke lage rugpijn hanteren.
    Middels deze mail wil ik je vragen of je me hierover een bronvermelding kunt geven. Komt de effectiviteit van coping is situatieafhankelijk uit 1 van de 3 gebruikte bronnen? zo ja, welke? Indien dit van jezelf is, kun je me hier een bronvermelding van geven?

    Alvast bedankt,
    Cees de Ruiter

  2. pieter on maart 17th, 2010 9:58

    Beste Cees,

    Voor wetenschappelijk verwijzing zou ik Pargament aanbevelen: Coping as an Encounter between Person and Situation, Kenneth I. Pargament 1997, pag. 84 e.v.
    Hierin wordt uitgewerkt dat de effectiviteit van coping situatie afhankelijk is.

    Arnolt Stijf

Wat is uw mening? Laat het ons weten.