sep
29
Kees van der Kooi over de grote behoefte aan levensorientatie.
Gepubliceerd in netwerk bijeenkomsten
Lezing christelijk geloof – levensoriëntatie
11 september 2008 – zaal ‘t lichtpunt – zeist
(een greep uit de aantekeningen van Hanny Ebbers)
Coaching is geen pastoraat, geestelijke begeleiding of alleen maar loopbaanbegeleiding. Het is meelopen met iemand om samen goed te kijken naar een aspect van zijn leven. Coaching is observeren. Als coach geef je het verhaal van de ander als echo weer. Coaching is samen reflecteren. De ander helpen afstand te nemen van zichzelf en opnieuw leren kijken.
Wij zijn een afspiegeling van de maatschappij waarin we leven. Zoals de biecht bij de Middeleeuwen hoorde, is coaching een verschijnsel van de moderne samenleving. Twee belangrijke kenmerken van die moderne samenleving zijn; een langer leven langer met de nieuwe vragen die dat met zich mee brengt. De moderniteit wordt ook gekenmerkt door ‘experimenten’ in de menselijkheid.
Van der Kooi noemt er enkele:
- De vrouwenbeweging de emancipatie van de vrouw
- De ‘jeugd’als aparte fase
- Nadruk op sport, gezondheid, gezond als ideaal
- Marxisme als staatsideaal
Sommige van die experimenten mislukken, andere zijn succesvol. Het patroon van ‘experiment en mislukking’ is ook op microniveau aanwezig. Als coach kom je dat tegen in het verhaal van je cliënt. Bijvoorbeeld: hoe waardeer ik het feit dat ik ouder wordt? Wat is mijn rol als vrouw?
Dogmatiek betekent veel meer dan de ‘duffe regels’ waar ze vaak voor worden versleten, namelijk de uitleg van de geloofsbegrippen ter verheldering en correctie. Er zijn namelijk dingen die we als Christenen wel kunnen zeggen / er zijn dingen die we niet kunnen zeggen / er zijn dingen die we moeten zeggen. Dat geldt ook voor de christen coach.
Binnen welk kader werk je als coach? Elk mens heeft ankerpunten of beelden nodig. Bijvoorbeeld het beeld van wat het ‘goede leven’ is. Thema’s als mooi – lelijk; jong – oud; succes – falen. Hoe je deze begrippen interpreteert hangt af van je achtergrond. Wezenlijke begrippen uit christelijk geloof kunnen oriëntatie bieden voor levensduiding, ook voor niet-christenen. Er is in onze tijd meer dan ooit behoefte aan duiding. Enkele voorbeelden:
Een positieve opvatting over het leven: het leven is de moeite waard.
Welke opvatting heb je over zonde en verzoening? Mensen vallen niet samen met hun zonde. Binnen het christelijke geloof is er plaats voor gezond optimisme. We zijn beperkt, we maken fouten. We mogen er wel zijn. Perfectionisme is niet haalbaar, ongezond. De bijbelse opvatting staat haaks op de houding van huidige media die functioneert als een ‘schandpaal’ waaraan de foute publieke figuur wordt genageld.
Schepping betekent eindigheid. God heeft de dag en de nacht geschapen. Een dag van 24 uur.We kunnen niet alles in die 24 uur. Dat klopt. Deze opvatting staat tegenover het Faustiaanse idee van oneindigheid: wij kunnen de eindigheid bevechten. Zoals de reclame van Discovery Channel: “tot hier – en verder”
Als iemand tegen zijn grenzen aan loopt en bijvoorbeeld tegen zijn coach zegt: “Maar mijn broer, die kan alles: heeft een succesvol bedrijf, is lid van verschillende besturen, is een goede echtgenoot en vader… ” dan kun je de vraag stellen: “Vind je dat je moet beantwoorden aan dat ideaal?” Of kies je voor het ideaal van de schepping, de eindigheid. “Zo zijn wij niet gebouwd”.
Roeping. In de christelijke leer zit verworteld dat de Heilige Geest met jou als uniek mens om gaat. God is persoonlijk in jou geïnteresseerd.
Mensen construeren hun eigen verhaal. Als dat verhaal gaat over onvermogen, schuld, somberheid, kan de coach elementen uit de bijbelse verhalen aanbieden zodat de ander een nieuw verhaal kan maken dat perspectief biedt.
Omgaan met grenzen. Moet het leven ‘leuk’ zijn? Heb je recht op geluk? Hoe reageer je op iemand die zegt: “Ik heb nu mijn portie (lijden/ziekte) wel gehad”? De bijbel daagt mensen uit om grenzen te overschrijden, moeilijkheden onder ogen te zien en te overwinnen. Als je bidt om de heilige Geest wordt het leven niet makkelijker. Je moet over je eigen grenzen heen. Dat betekent groei.
Als coaches moeten we onze taak als reflectieve echo serieus nemen. We kunnen ons oefenen in bewustwording. Bewust worden welke ‘taal’ we gebruiken. Als we een verhaal horen, welke echo geven we dan terug? Bewust wording door ons telkens af te vragen: wat ben ik aan het doen? Wat is mijn doel? Wat is de achterliggende mythe van deze uitspraak? Welk mensbeeld heb ik? Is iemand alleen van zichzelf (de autonome mens) of is er misschien iemand anders de baas?
Reacties
Wat is uw mening? Laat het ons weten.
